Bloeimaand

Bloeimaand

 

Johannes Backer en Anke Backer-van de Laar en hun zoontjes Matthijs, Quirijn en Pepijn voor Bloeimaand. Johannes heeft het enige overblijfsel van de brand, een beeldje van een douchende vrouw, in zijn handen.

Foto Henk Hutten
de Puttenaer

Brand 21 juni 2004

In de Puttenaer

Huize Bloeimaand, van Omoes tot Pepijn
PUTTEN – Het huis staat nét niet in de gemeente Putten en dit interview wordt nét niet in mei, de bloeimaand, gehouden. In deze aflevering gaat het over de bekende vakantiewoning Bloeimaand, die staat op landgoed Nieuw Groevenbeek. Dit familielandgoed ligt grotendeels in Ermelo, maar een klein stukje behoort bij Putten. Ik praat met twee familieleden.

In de vol rododendrons staande bostuin achter het nieuwe huis Bloeimaand vertellen de neven Gideon en Johannes over de geschiedenis van dit vakantiehuis en landgoed. Gideon Hoekstra woont in de woning naast de Putterweg. Dat is ook het enige huis van dit landgoed dat in de gemeente Putten staat. Hij is toezichthouder van Nieuw Groevenbeek. Johannes Backer, woonachtig in Leiden en als beroep ‘zit’ hij in de autospiegels, verblijft samen met zijn gezin ongeveer zes maal per jaar in Bloeimaand. Met op de achtergrond een concert van fluitende vogels, dat af en toe wordt verstoord door laagvliegende straaljagers, beginnen de neven het verhaal over landgoed Nieuw Groevenbeek bij Omoes, de stammoeder.

Zij, Wijnanda Jacoba Jongeneel (1847-1920) neemt in 1895 het landgoed over van haar overleden man, dr Floris Vos. Omoes was dochter van houthandelaar Petrus Jongeneel, die het landgoed van de Amsterdamse hoogleraar mr. Jacob van Hall had gekocht. Daarvoor was dit gebied eigendom van de staat en vervolgens van de gemeente Ermelo. Jongeneel, die zijn houthandel aan de Bemuurde Weerd in Utrecht had, ging met zijn koets geregeld naar de Veluwe. Behalve vakantieonderkomen gebruikte hij het landgoed ook voor de bosbouw. Hij reisde trouwens vaak samen met een andere Utrechtse notabele Johan Hendrik Schober, die het even verderop gelegen landgoed Schovenhorst stichtte. Na het overlijden van haar man maakt Omoes een begin met de exploitatie van Nieuw Groevenbeek, vroeger heide en woeste grond waar legers oefenden en herders hun schapen hoedden, en plaatst een eerste houten huis, dat later als een soort grapje Variëtas genoemd zal worden, vanwege de steeds wisselende huurders. Tegelijkertijd zet zoon Piet Vos, in het hakhout achter de Boerderij, een éénkamerhuisje.

Jonge vrouwen en meisjes

 

Het beheer van het landgoed komt in handen van Floris Vos, de oudste zoon van Omoes. Zij verlaat in 1900 haar woonhuis in Utrecht en huurt het landhuis op Oud Groevenbeek. Daar en later in andere huisjes op het landgoed ontvangt ze tegen een bescheiden vergoeding jonge vrouwen en meisjes, die voor hun gezondheid naar buiten moeten. In de eerste jaren van de 20e eeuw ontwerpt Omoes samen met een aannemer een aantal huizen. Die houten huizen krijgen na de bouw allemaal een beetje vreemde naam mee Zoals Multum in Parvo, ook wel het Grote Huis genoemd, 1905, De Hoogte, Ons Huisje, Heidebosch, dat later wordt omgedoopt in Wildebosch. Ook worden twee strandhuisjes in Noordwijk aangekocht en op dit fraaie landgoed weer in elkaar getimmerd. Ze krijgen de namen de Meerle en de Zwaluw. Tevens wordt er een kleine professorenhut overgebracht: de Hut. Later plaatst men ook nog een op een beurs getoonde proef-triplexhuisje aan de rand van een akker: dat huisje heet nu Malpertuis. In 1908 wordt in mei, de bloeimaand, het grote huis aan de Nieuwelaan opgeleverd. Het huis krijgt de toepasselijke naam Bloeimaand mee. Omoes trouwt in 1910 met Arend Hagedoorn en richt om versnippering van het goed te voorkomen de N.V. Maatschappij tot Exploitatie van het landgoed Nieuw Groevenbeek op. De N.V. koopt voor iets meer dan 40 duizend gulden alle onroerende goederen van Omoes en geeft 33 obligaties á duizend gulden uit. Omoes bezit de helft van de twaalf aandelen en wordt benoemd tot directrice. De rest komt in het bezit van de zes kinderen.

Branden zijn er vaker geweest op het landgoed. Zo brandt in 1915 in één uur tijd de Boerderij af. Een nieuwe boerderij wordt in 1916 van steen gebouwd en staat er nu nog steeds. In 1918 is er brand in het rieten dak van huis 1905. Twee uur later is dit huis een puinhoop. Op 21 juni 2004, in de nacht van zondag op maandag, wordt er ingebroken en brand gesticht in Bloeimaand. In de keuken wordt de gaskraan van het fornuis opengezet en in de woonkamer iets in brand gestoken. Binnen anderhalf uur is het huis helemaal afgebrand. De neven vertellen over de brand: ,,Rond twee uur ‘s nachts werd de brand ontdekt. Vanwege het hout was er geen houden meer aan. De vlammen bereikten wel een hoogte van twintig meter. Alleen een beeldje en een ijzeren skelet van een bankje zijn de overblijfselen. Veel waardevolle familiebezittingen, zoals fotoboeken, schilderijen en ontwerpen van sieraden, zijn verloren gegaan. Het was een huis vol historie. Om veel redenen zoeken we nog steeds de dader.” In diezelfde nacht en op dezelfde laan werd vijf uur later in het buurhuis Variëtas ook brand ontdekt. Die kon tijdig worden geblust.

In april 2006 is men begonnen met het nieuwe huis Bloeimaand. In januari van dit jaar werd de vakantiewoning opgeleverd. De familie is sindsdien elk weekend bezig het huis verder af te bouwen. Het interieur ziet er totaal anders uit dan Bloeimaand 1. Maar het exterieur lijkt wel sterk op het eerste huis. Wel moet het hout aan de buitenkant nog donker worden gebeitst en de kenmerkende luiken aan de muren worden geschroefd.

Markante opa en oma

 Johannes Backer, die 38 jaar geleden bijna in Bloeimaand is geboren, vertelt nog wat over de gebruikers. ,,Het vakantiehuis werd aan het einde van de oorlog door de gemeente Putten gevorderd om er twee gezinnen, slachtoffers van de brand na de razzia, in te herbergen. In 1954 is daar een einde aan gekomen. Toen kwamen de nakomelingen van Omoes erin, zoals mijn opa en oma Hoekstra-Vos. Dat waren hele markante mensen. Hij professor in de chemie, directeur bij het onderzoekslab van Philips en verzetsman in de oorlog en zij edelsmid. Opa maakte in de Bloeimaand een mooi werkplekje met prachtig houtsnijwerk. Mijn ouders hebben hier na het werk van mijn vader als apotheker in Los Angelos zelfs een tijdje permanent in gewoond. Ikzelf zit in Bloeimaand met mijn gezin ongeveer zes keer per jaar. De andere periodes worden hier door andere familieleden als vakantie benut. Elk jaar is de hele familie op Tweede Kerstdag en met Pasen gezamenlijk op het landgoed bijeen.” Op het unieke tachtig hectare grote landgoed op de grens van Putten en Ermelo met zijn fraaie houten huizen met wonderbaarlijke namen, dat nu nog steeds in handen van de uitgebreide familie is. Nakomelingen van Omoes.